De juiste tijd kost tijd

De fascinerende strijd om de goede kalender.

Het einde van het jaar 1582 moet in Vlaanderen en de katholieke delen van Nederland een saaie bedoening zijn geweest: in dat jaar werd in deze gebieden Kerstmis overgeslagen.!   De ene dag was het nog 21 december 1582,  de volgende dag ineens 1 januari 1583.

Tien dagen zomaar weg en nooit meer teruggekregen. In andere delen van Europa werden de tien dagen al eerder geschrapt. In oktober 1582. En overal was iedereen van streek. In Frankfurt leidde het verlies van tien dagen zelfs tot relletjes.

De greep was nodig om van de hopeloos verouderde Juliaanse op de thans nog steeds geldende Gregoriaanse kalender over te stappen. De op 1 januari 45 voor Christus door Julius Caesar ingevoerde kalender van 365,25 dagen was ontzettend uit de pas gaan lopen met de werkelijke duur van het jaar. Overigens was de opwinding in 1582 niets vergeleken met de woede die bij de invoering van Caesars kalender om zich heen greep

Om de tot dan gebruikte Romeinse kalender aan te passen, liet Caesar in 46 voor Christus niet minder dan drie extra maanden toevoegen, waardoor  dat jaar een duur kreeg van maar liefs 445 dagen. Het was in de woorden van, het 'ultimus annus confusionis', het 'laatste jaar van de verwarring'. Door de toevoeging van die drie extra maanden moesten echter vervelend genoeg overal contracten worden opengebroken. De bevolking vond het ook maar niets dat bijvoorbeeld de gouverneur van Galli ook in die drie extra maanden belasting hief.

Het zijn enkele fraaie anekdotes uit het boek 'De kalender op zoek naar de tijd' van de Amerikaan David Ewing Duncan, dat onlangs in de Nederlandse vertaling is verschenen. Een boek dat keurig past in de grote belangstelling voor het fenomeen tijd, ingegeven door de naderende milleniumwisseling. Ook daarover weet hij smakelijke feitjes op te dissen, bijvoorbeeld over de vergissing die de abt Dionysius Exiguus (ca. 500-560), een Scyth, maakte toen hij als eerst het begrip Anno Domino introduceerde. In die tijd was de nul nog niet bekend, waardoor hij de geboorte van Jezus Christus in het jaar 1 AD plaatste. Daarmee was ineens een heel jaar verdonkeremaand.

Later bleek dat hij nog andere foutjes in zijn berekening had gemaakt. De echte geboorte van Jezus moet feitelijk met nog eens drie jaar verder terug in de tijd worden geplaatst. Wie het helemaal bij het rechte eind wil hebben, zou daarom moeten zeggen dat Jezus ca. vier jaar voor Christus is geboren. En dat het nieuwe millenium eigenlijk al in 1997 is begonnen.

Duncan is een enthousiast verteller, hoewel soms een beetje te. Hij wil wel eens nodeloos een zijpad inslaan, maar meestal pikt hij de draad snel weer op. Fascinerend hoe en waarom de kerkvorsten zich voortdurend tegen de door de wetenschap wijzigingen in de Juliaanse kalender verzette, tot en met de protestantse. Zo duurde het bijvoorbeeld tot september 1572 voordat de Britten eindelijk overstag gingen. Zij moesten toen niet tien, maar zelfs elf dagen uit hun kalender schrappen.
Nog fascinerender is misschien dat wel er ergens iemand was die tegen beter weten in de kerken probeerde uit te leggen dat het oude Juliaanse systeem van geen meter deugde en dat met name Pasen, de opstanding van Christus, eeuwenlang op de verkeerde dag was gevierd. Het is ronduit verbazingwekkend hoe in de loop der eeuwen verlichte geesten met hun destijds zeer beperkte hulpmiddelen er bij de berekening van de duur van het jaar soms maar hooguit enkele seconden naast zaten

Tijd kan tegenwoordig op de miljardste seconde worden berekend.

David Ewing Duncan: De kalender op zoek naar de tijd; vertaald door Harry Naus; 234 pagina's; uitgeverij BZZTH,  34,50.

